Impuls Logo
 
 


Samenwerking Impuls met HTTGO
Deep Democracy
Tweedaagse Oplossingsgericht Werken
Impuls voor Primair Onderwijs 2017-2018
Oplossingsgerichte Onderwijs Opstellingen
Impulsklas
Opleidingen tot Coach en Leidinggevende
Oplossingen voor passend onderwijs
In één dag in beweging
Nieuwsbrief 'Lastige Groep'
'Lastige groepen'
Lastige groepen: uit de praktijk
Een professionele schoolcultuur
Het werkt, maar hoe?
Ervaring cursist OG coachen
Over de Impuls-nieuwsbrief
Het werkt, maar hoe?

In de meeste boeken over oplossingsgericht werken wordt een beschrijving van de theoretische basis voor de werkwijze vakkundig vermeden. Weinig verassend, aangezien het credo “doen wat werkt” voor iedereen anders ingevuld kan worden. Voor persoon A kan het heel goed werken om op cognitief niveau aan de slag te gaan, terwijl persoon B veel meer baat heeft bij het doen van bepaalde gedragsexperimenten.

Toch merken wij dat er steeds vaker wordt gevraagd naar de theorie achter de werkzame elementen van de oplossingsgerichte werkwijze. Aangezien de oplossingsgerichte werkwijze ontstaan is uit de psychotherapie, zal hieronder een kort overzicht worden gegeven van de meest relevante psychologische theorieën en hoe deze theorieën een rol spelen in de oplossingsgerichte werkwijze. 

De wens achter het probleem: Regulatory Focus Theory

Vanuit de oplossingsgerichte werkwijze wordt vaak het onderscheid gemaakt tussen het denken in problemen en het denken in oplossingen. Van nature zijn mensen geneigd om te denken in termen van problemen. Vraag mensen aan het begin van een traject wat ze willen bereiken en negen van de tien keer zullen ze heel duidelijk aangeven wat ze niet meer willen. Zij willen dat een probleem niet meer voorkomt: “Ik wil geen wanorde meer in de klas”. Deze oriëntatie op het vermijden van problemen wordt in de Regulatory Focus Theory van Tory Higgins een preventiefocus genoemd. De oplossingsgerichte werkwijze is er op gericht om de wens achter een probleem te achterhalen en is gebaseerd op het idee dat het effectiever is om te focussen op wat mensen wel willen, bijvoorbeeld: “ik wil een rustige en prettige werksfeer in de klas’. Deze oriëntatie op de wens wordt binnen de theorie van Higgins de promotiefocus genoemd en onderzoek laat zien dat mensen met een promotiefocus hun doelen vaker behalen, minder stress ervaren en bovenal gelukkiger zijn!

Het stellen van concrete en haalbare doelen: Goal-Setting Theory

Naast het achterhalen van de wensen achter problemen is het omzetten van deze wensen in concrete doelen een belangrijk onderdeel van de oplossingsgerichte werkwijze. De meest invloedrijke theorie op dit vlak is de Goal-Setting Theory ontwikkeld door Edwin Locke en Gary Latham. Kortgezegd gaat de theorie er vanuit dat het stellen van doelen sterk motiverend werkt, vooral wanneer doelen concreet, haalbaar en meetbaar zijn (ook de welbekende SMART doelen zijn gebaseerd op deze theorie). Een doel als ‘ik wil minstens drie keer per week een praatje maken met collega A’ is duidelijker en geeft meer richting dan een doel als ‘ik wil beter met mijn collega’s om kunnen gaan’. Ruim 20 jaar wetenschappelijk onderzoek en bijna 5000 publicaties tonen aan dat het stellen van dit soort doelen een positieve invloed heeft op o.a. doorzettingsvermogen, persoonlijke ontwikkeling en prestaties op het werk.

Focus op wat goed gaat : het versterken van Positive Affect en Self-Efficacy

De oplossingsgerichte werkwijze legt sterk de nadruk op dat wat er al goed gaat. Deze focus op wat werkt helpt bij het blootleggen van gedragingen en hulpbronnen die kunnen worden gebruikt om een stapje dichter bij gestelde doelen te komen. Daarnaast heeft het benoemen van kwaliteiten en good practices een positieve uitwerking op de gemoedstoestand van cliënten. Uit onderzoek blijkt een positieve gemoedstoestand (Positive Affect) een gunstige invloed heeft op creativiteit, prestaties op het werk en als buffer kan dienen voor stress. Daarnaast kan het geven van (oprechte!) complimenten bijdragen aan het vertrouwen dat mensen hebben in hun eigen kunnen. Binnen de Social Cognitive Theory van Albert Bandura wordt dit vertrouwen in eigen kunnen en succes ook wel Self-eficacy genoemd. Self-efficacy is één van de meest onderzochte constructen binnen de sociale- en arbeids- en organisatiepsychologie en blijkt sterk gerelateerd te zijn aan tal van positieve psychologische uitkomsten.

Werken vanuit de cliënt: Self-Determination Theory en Psychological Ownership

Binnen de oplossingsgerichte werkwijze staat de cliënt centraal. Om uit te vinden wat wel en niet werkt voor een cliënt is het van groot belang om een gedetailleerd beeld te krijgen van hoe de cliënt een situatie ziet. Wat doet de huidige situatie met de cliënt? Wat is belangrijk voor de cliënt? Wie zijn de sleutelpersonen voor deze cliënt? Alleen door deze vragen te beantwoorden kan samen met de cliënt tot een oplossing worden gekomen. Deze werkwijze heeft twee belangrijke voordelen. Ten eerste sluit deze werkwijze aan bij de psychologische behoeftes (psychological needs) zoals die worden omschreven in de Self-Determination Theory van Edward Deci en Richard Ryan. Volgens de self-determination theory hebben mensen drie basale behoeftes die vervuld moeten worden in hun leven: de behoefte aan een gevoel van competentie, de behoefte aan verbondenheid met anderen en de behoefte aan autonomie. De behoefte aan een gevoel van competentie wordt met de oplossingsgerichte werkwijze versterkt door in te zoomen op kwaliteiten in plaats van op gebreken. De behoefte aan verbondenheid wordt vervuld door nadrukkelijk te zoeken naar sociale hulpbronnen (bijv. collega’s en/of partner) en de behoefte aan autonomie wordt vervuld door de cliënt te stimuleren om eigen oplossingen te formuleren. Dit laatste versterkt tevens het gevoel van het psychologisch eigendom (Psychological Ownership) van oplossingen en heeft daarmee een sterke positieve invloed op de intrinsieke motivatie en de vastberadenheid bij het in gang zetten van verandering.

info@impulsorganisatieadvies.nl | contact | copyright 2017 | webdesign by www.ramdath.com